Callisto, L901, L801 of L502: onze vier printers vergeleken
Wat onderscheidt de vier modellen werkelijk van elkaar? Een overzichtelijke vergelijking op volume, omgeving, materiaal en toepassing — zodat u weet welk profiel het uwe is.

Ons aanbod telt vier industriële labelprinters. Dat is bewust weinig: liever vier toestellen die we door en door kennen dan een catalogus waarin u zelf de weg moet zoeken.
Maar vier is nog altijd vier. In dit artikel zetten we ze naast elkaar op de punten die er in de praktijk toe doen — volume, omgeving, materiaal en toepassing — zodat u kunt vaststellen welk profiel het uwe is.
De vier in het kort
NeuraLabel Callisto — het toestel voor gevarenetikettering en breed formaat. Als enige BS5609-conform en als enige tot A3-breedte, met pigmentinkt en een hoog tempo.
Afinia Label L901 — het werkpaard voor productie die doorloopt. Tot ruim 100.000 etiketten per maand, inline te integreren, met de laagste inktkost per etiket.
Afinia Label L801 — de allrounder. Dezelfde technologie als de L901, bemeten op een gemiddelde productie, meestal de beste verhouding tussen aankoopprijs en kost per etiket.
Afinia Label L502 — het instapmodel met industriële bouw. Als enige met zowel dye- als pigmentinkt, dus ook geschikt voor duurzamer werk.
Vergelijken op volume
Volume is meestal de tweede vraag die we stellen, en de eerste waarop een toestel afvalt. Te licht bemeten en de printer wordt de rem op uw productie; te zwaar bemeten en u betaalt voor capaciteit die stilstaat.
| Model | Volume per maand | Waar dat op neerkomt |
|---|---|---|
| L502 | 2.500 – 20.000+ | ongeveer 125 tot 1.000 etiketten per werkdag |
| L801 | 5.000 – 70.000+ | ongeveer 250 tot 3.500 per werkdag |
| L901 | 10.000 – 100.000+ | doorlopende productie, ook inline |
| Callisto | gemiddeld tot zeer hoog | vanaf enkele honderden tot ruim boven 1.000 per dag |
Let op de overlap: tussen 5.000 en 20.000 etiketten per maand komen zowel de L502 als de L801 in aanmerking. Daar beslist niet het volume, maar wat u met die etiketten doet.
Vergelijken op omgeving
Waar het etiket terechtkomt, bepaalt welke inkt u nodig hebt — en dat is het criterium waarop de meeste vergissingen gebeuren.
- Binnen, droog. Magazijn, productiehal, winkelrek. Alle vier de modellen voldoen. Kies op volume en budget.
- Vocht, koeling of diepvries. Condens en koelcellen vragen meer. De L901 en L801 hebben daarvoor de WaterShield-uitvoering, de L502 kan met pigmentinkt werken, en de Callisto drukt sowieso met pigment.
- Buiten of in contact met chemicaliën. Hier valt WaterShield af: die is vochtbestendig, maar geen pigmentinkt. Voor buitenopslag, UV en agressieve stoffen komt u bij de Callisto uit — of bij de L502 met pigmentinkt voor het lichtere werk.
- GHS-etikettering van gevaarlijke stoffen. Dan is BS5609 de lat. Voor bedrijven die dat structureel doen, is de Callisto het toestel dat we plaatsen.
Vergelijken op materiaal en breedte
Op materiaal is er nauwelijks verschil: alle vier drukken op papier, PP en PE, zolang het etiket een inkjetcoating heeft. Wat onder die coating zit, mag zowat alles zijn.
De breedte is een ander verhaal, en misschien wel het meest absolute criterium van dit hele artikel:
- L502, L801 en L901: tot 216 mm
- Callisto: tot 296 mm — A3-breedte
Zit uw etiket boven de 216 millimeter, dan is de vergelijking voorbij voor ze goed begonnen is. Er bestaat geen instelling die dat verschil overbrugt.
Vergelijken op toepassing
Sectoren op zich zeggen weinig — een voedingsbedrijf met vijftig etiketten per dag heeft iets heel anders nodig dan een voedingsbedrijf met vijfduizend. Toch zien we per model een terugkerend gebruikspatroon:
| Model | Waar we het meestal plaatsen |
|---|---|
| Callisto | Chemie en gevaarlijke stoffen, buitenopslag, brede etiketten op vaten en containers |
| L901 | Doorlopende productie, roll-to-roll, inline etikettering, hoge volumes in voeding en dranken |
| L801 | Product- en retailetiketten, private label, voeding en snacks, nutraceutica |
| L502 | Kleine oplages, starters in eigen etikettendruk, verzend- en productetiketten |
Welk profiel is het uwe?
Vier situaties die de meeste vragen dekken:
“Ik wil beginnen met zelf drukken, maar weet nog niet hoe hard het zal groeien.” → De L502. Laagste instap, industrieel gebouwd, en met pigmentinkt houdt u de deur open naar duurzamer werk.
“Ik druk elke dag een paar honderd tot een paar duizend etiketten, en ze moeten er goed uitzien.” → De L801. Beeldkwaliteit van het topsegment, kostprijs per etiket die daarbij past.
“Mijn lijn draait de hele dag door en etiketteren mag geen flessenhals zijn.” → De L901. Grote rollen, printkop die tijdens de productie onderhouden kan worden, inline te integreren.
“Mijn etiketten moeten jaren mee, of ze vallen onder GHS.” → De Callisto. Pigmentinkt, BS5609 en de breedte om er ook grote gevarenetiketten mee te drukken.
Tot slot
Deze vergelijking brengt u tot een shortlist van één of twee modellen. De laatste stap — welke van die twee — hangt af van details die op geen enkele tabel passen: hoe uw productie eruitziet, wat u over drie jaar verwacht, en wat er vandaag misloopt.
Doe daarom de keuzehulp als u die stap zelf wilt zetten: vijf korte vragen en u krijgt een onderbouwde aanbeveling. Of leg uw situatie gewoon aan ons voor — met uw etiket, materiaal en dagvolume erbij zeggen we u eerlijk welk toestel wij zouden plaatsen, ook als dat het voordeligste van de vier is.
