Keuzehulp5 minuten leestijd

De ultieme gids voor het kiezen van een labelprinter

Volume, inktsoort, etiketbreedte en de werkelijke kostprijs: de vier vragen die bepalen welke labelprinter bij uw bedrijf past — met de NeuraLabel Callisto als terugkerend voorbeeld.

De NeuraLabel Callisto industriële labelprinter in vooraanzicht

Zelf etiketten drukken verandert meer in een bedrijf dan de meeste mensen vooraf inschatten. Geen minimumafnames meer bij een externe drukker, geen dozen vol verouderde etiketten na een receptwijziging, geen twee weken wachten op een nieuwe oplage. U drukt wat u nodig hebt, op het moment dat u het nodig hebt.

Maar dan moet u wel het juiste toestel kiezen. En dat is lastiger dan een specificatieblad naast elkaar leggen, want de printer die op papier het snelst is, kan in uw situatie perfect de verkeerde keuze zijn.

In deze gids lopen we de vier vragen door die de keuze in de praktijk bepalen. Waar het helpt, gebruiken we de NeuraLabel Callisto als voorbeeld — niet omdat dat toestel altijd het antwoord is, maar omdat het de uitersten van het spectrum goed illustreert.

1. Begin bij uw etiket, niet bij de printer

De verleiding is groot om te vertrekken vanuit de machine. Toch begint elke goede keuze bij het etiket zelf: wat drukt u, waarop komt het terecht, en hoelang moet het leesbaar blijven?

Vier vragen brengen dat scherp:

  • Hoeveel etiketten drukt u per dag? Een productie van tweehonderd stuks vraagt een ander toestel dan een lijn die de hele dag doorloopt. Een te licht toestel wordt de flessenhals van uw productie; een te zwaar toestel is kapitaal dat stilstaat.
  • Hoe breed is uw etiket? Dit is het criterium dat het vaakst over het hoofd wordt gezien — en het sluit modellen het hardst uit. Meer daarover in punt drie.
  • Waar belandt het etiket? Een doos in een droog magazijn stelt andere eisen dan een vat dat maandenlang buiten staat, of een verpakking die de diepvries in gaat.
  • Hoelang moet het meegaan? Een verzendlabel leeft dagen. Een typeplaatje op een machineonderdeel moet er jaren later nog staan.

Wie deze vier antwoorden op papier heeft, heeft het moeilijkste deel van de keuze al gemaakt. De rest is een kwestie van matchen.

2. Inktsoort: waar de meeste vergissingen gebeuren

Bij inkjet-labelprinters bestaan er twee families inkt, en het verschil daartussen bepaalt vaak of uw etiket na een half jaar nog leesbaar is.

Dye-inkt

Dye-inkt bestaat uit kleurstof die in de coating van het etiket trekt. Het resultaat: diepe, levendige kleuren en scherpe details, tegen een lagere kostprijs per etiket. Voor productetiketten die in een winkelrek moeten opvallen, of voor verzendlabels die na een week hun werk gedaan hebben, is dat precies wat u nodig hebt.

De beperking zit in de duurzaamheid. Dye-inkt vervaagt onder UV-licht en lost op bij langdurig contact met vocht. Sommige toestellen bieden daarom een vochtbestendige variant aan — bij Afinia Label heet die WaterShield — die duidelijk beter bestand is tegen condens en koeling, maar geen echte buitenoplossing is.

Pigmentinkt

Pigmentinkt werkt anders: de kleur zit in vaste deeltjes die op het oppervlak blijven liggen. Dat maakt de druk water- en veegvast, UV-bestendig en bestand tegen chemicaliën zoals alcohol en aceton. Pigmentinkt is iets duurder en iets trager, maar het is de enige inktsoort die jaren buiten standhoudt.

De NeuraLabel Callisto drukt uitsluitend met pigmentinkt op waterbasis, en haalt daarmee de BS5609-norm: etiketten die negentig dagen onderdompeling in zeewater, UV-blootstelling en schuurtesten doorstaan. Voor wie gevaarlijke stoffen etiketteert, is dat geen luxe maar een wettelijke lat.

De praktische vuistregel: bepaal eerst hoelang uw etiket moet meegaan, en laat dat de inktsoort bepalen. Niet omgekeerd.

3. Etiketbreedte: het criterium dat modellen uitsluit

Volume en inkt krijgen de meeste aandacht, maar in de praktijk is de breedte van uw etiket het gegeven dat het hardst selecteert. Een toestel dat tot 216 millimeter drukt, drukt niet tot 217 — daar is geen instelling of compromis voor.

Voor de meeste product- en verzendetiketten is die 216 millimeter ruim voldoende. Maar zodra u in de richting van A4 of A3 gaat, wordt het speelveld klein. GHS-etiketten voor gevaarlijke stoffen beginnen doorgaans bij A5-formaat en lopen op tot A3, en dan blijft er in ons aanbod nog één toestel over: de Callisto drukt etiketten van minder dan 25 millimeter tot 296 millimeter breed op dezelfde machine.

Meet dus uw breedste etiket voor u begint te vergelijken. Het scheelt u een hoop opties die toch niet in aanmerking komen.

4. Wat het écht kost

De aanschafprijs is het bedrag dat u één keer betaalt. De inkt en de etiketten betaalt u elke maand opnieuw — en dat is doorgaans het bedrag dat na twee jaar het verschil maakt.

Reken daarom drie zaken samen door:

  • Verbruiksmaterialen. De kostprijs per etiket hangt af van de inktsoort, de kleurdekking en het cartridgeformaat. Een toestel met grote, afzonderlijke cartridges is duurder in aanschaf maar vaak aanzienlijk goedkoper per etiket.
  • Onderhoud. Een jaarlijkse onderhoudsbeurt kost geld, maar verlengt de levensduur van uw printkop en voorkomt stilstand op het moment dat het u het slechtst uitkomt.
  • Wat u niet meer uitgeeft. Vergeet niet af te trekken wat u vandaag betaalt aan externe druk, minimumafnames en weggegooide voorraad.

Wij rekenen dat graag vooraf met u door, op basis van uw eigen volume en uw eigen etiket. Zo weet u wat het toestel u per jaar kost — en niet alleen wat het vandaag kost.

5. Normen: wanneer de keuze voor u gemaakt is

Etiketteert u gevaarlijke stoffen, dan bepaalt de regelgeving een deel van uw keuze. Een GHS-etiket moet leesbaar blijven onder omstandigheden waar een gewoon productetiket allang zou zijn losgelaten, en BS5609 is in de praktijk de norm waaraan dat wordt afgemeten.

Dat vraagt drie dingen tegelijk: pigmentinkt, gecertificeerd etiketmateriaal, en een toestel dat de vereiste breedte haalt. De Callisto combineert die drie, en dat is precies de reden waarom hij in de chemische sector zo vaak de aanbeveling wordt.

Werkt u niet met gevaarlijke stoffen, dan valt dit criterium weg — en komen lichtere, voordeligere toestellen weer volop in beeld.

Conclusie: de juiste vraag stellen is het halve werk

Een labelprinter kiezen is geen kwestie van het beste toestel zoeken, maar van het toestel zoeken dat bij úw etiket past. Volume, inktsoort, breedte en de werkelijke kostprijs samen bepalen welke modellen overblijven. Vaak zijn dat er na dat rondje nog maar één of twee.

Weet u niet zeker waar u uitkomt? Doorloop dan onze keuzehulp: vijf korte vragen over uw etiket en uw productie, en u weet welk model bij u past — met de reden erbij. Liever meteen iemand die met u meedenkt? Stuur uw situatie door en u krijgt vrijblijvend advies, inclusief een concrete offerte.

Een vraag over uw eigen situatie?

Leg ze voor met uw etiket, materiaal en volume erbij — u krijgt een persoonlijk antwoord.